5 Nederlandse (spreek)woorden waar ik wat mee heb

In het kader van “even tijd voor wat anders”, geen blogtip vandaag. Nee, ik wil het hebben over enkele woorden ui de Nederlandse taal die ik graag gebruik, of in ieder geval meer zou willen gebruiken. Omdat ik ze mooi vind klinken of gewoon omdat ik er op de een of andere manier wat mee heb.

1. Recalcitrant

Het kan vreemd klinken, maar ik heb werkelijk geen idee waar ik dat woord ergens heb opgepikt. In mijn omgeving gebruikt(e) niemand het en ik vermoed ook dat meer dan 90% procent van de mensen met wie ik omga geen flauw benul heeft van wat het betekent. Vandaar dat ik ‘t woord maar weinig in de mond neem. Jammer! Overigens staat recalcitrant voor koppig, volhardend, opstandig en tegendraads. Maar recalcitrant klinkt dus een stuk lekkerder.

2. Ontiegelijk (veel)

Wat zoveel betekent als enorm of onnoemelijk. “Dat gij dat woord nog gebruikt,” zei mijn grootvader toen ik  het me jaren geleden liet ontvallen. In zijn blik zag ik iets dat het midden hield tussen herkenning, verwondering en tevredenheid… Goed, ontiegelijk wordt vooral in Vlaanderen nog gebruikt.

3. Deuk in een pak boter …

… gevolgd door een infinitief. Trouwe lezers van dit blog zien deze naar mijn aanvoelen typisch Nederlandse uitdrukking hier wel vaker voor bij komen.  Ik gebruik ‘m erg graag om aan te duiden of mensen al dan niet een activiteit uitvoeren en onderweg ook voor anderen een zichtbare rol van betekenis kunnen spelen.

Voorbeeldje: stel dat er na 5 jaar Blogtrommel.com nog steeds slechts een paar berichten te vinden zouden zijn, en ik zou maar enkele bezoekers per dag hebben. Dan blog ik dus geen deuk in een pak boter…

4. Goesting

Volgens Wikipedia is Goesting “een Nederlands woord dat voornamelijk in Vlaanderen gebruikt wordt. Het betekent “zin”, “lust” of “trek”, als in: “Ik heb goesting in frieten” (ik heb zin in patat).”

Die definitie klinkt voor mij echter wat te geciviliseerd. Goesting heeft ook een wat onbehouwen kantje. Een driftig, boertig, dwangmatig, instinctief of zelfs dierlijk randje.

5. Handicap

Wat me opvalt is dat het woord handicap steeds vaker het veld moet ruimen voor persoon met een beperking. Oké, dit wordt weer zo’n semantische discussie, maar ik kan het ook niet helpen. Zoals velen onder jullie weten heb ikzelf een handicap dus ik mag hier wel wat van vinden lijkt me.

Er is an sich weinig mis met een term als persoon met een beperking. Hij past perfect in de tendens naar overdreven politieke correctheid waar onze samenleving tegenwoordig zo gevoelig voor is, dus ik begrijp dat ook wel. Maar heeft persoon met een handicap of gehandicapte nu echt een een meer stigmatiserende bijklank dan het toch wat pedante persoon met een beperking. Ik ben er niet van overtuigd, maar dat kan aan mij liggen.

Voor zover ik weet is niemand perfect, heeft ieder mens zijn beperkingen. Beperkingen zijn des mensen, daar zijn we het toch over eens? Maar wat is eigenlijk het verschil tussen jouw beperkingen en de mijne? Waarschijnlijk ziet men de mijne van op kilometers afstand, hebben ze grotere consequenties dan gemiddeld en vergen ze een pak meer inzet van mensen en middelen dan gemiddeld.

Iedereen gehandicapt dus? Neen toch ?!

Enfin, politiek correct of niet, ik reserveer het woord gehandicapte voor iedereen die grotere beperkingen heeft dan gemiddeld en daardoor meer dan gemiddeld een beroep moet doen op mensen en middelen om zich staande te houden in de maatschappij.

Akkoord?


P.S: Meer weten over het waarom van deze rubriek Offtopic? Lees (de intro van) dit bericht.

Foto: via Shutterstock.com

4 antwoorden op “5 Nederlandse (spreek)woorden waar ik wat mee heb”

  1. Dat laatste ben ik helemaal met je eens, omdat ik natuurlijk ook al enige tijd nu met beperkten werk, en dat verstandelijk beperkt, maar sommigen zijn ook nog eens gehandicapt, zijn die nu dubbel beperkt dan? Kortom, en als ik het zo zeg, denkt iedereen ook dat ze allemaal gehandicapt zijn, ja zijn ze ook wel ergens, maar dat ben ik soms ook. Of beperkt, kortom, terug naar handicap en gewoon beperkingen n het verstand, want deze mensen zijn wel creatief bezig, maken een musical, zingen de meest moeiljke liedjes uit hun hoofd, ik zie hoe ze kunst maken, kortom… wat is beperkt…

    Gezien ik ook weer ‘gezonde’ mensen ken, die nul creatief zijn in wat dan ook.

    X

  2. Goesting gebruiken we niet in de Randstad, maar er zijn er genoeg die geen deuk in een pakje boter kunnen schieten of schoppen. Ontieglijk hoor je nog nauwelijks en ik herken en deel je moeite met handicap of beperking. Iedereen heeft zijn mogelijkheden en beperkingen en mijn handicap is niet zo zichtbaar als de jouwe maar wel degelijk aanwezig.
    En dan had je nog een woord, recalcitrant. Dat heb ik van jongs af aan moeten horen, het woord leek speciaal voor mij uitgevonden. Een Geuzentitel denk ik dan maar.

  3. Ontiegelijk ken ik van zo’n 40 jaar geleden, daarna werd het minder gebruikt. Het bestaat al veel langer maar maakte een enorme opleving rond 1960/1970. Daarbij verbonden aan hippies en provo’s. Waarschijnlijk heeft een populair iemand dat destijds vaak op TV of de radio gezegd, maar die oorsprong kan ik niet achterhalen. Eigenlijk weet ik er zelf niet van en het zal dus voor mijn luistertijd zijn geweest. Ik heb een setje neven van rond de 70 en die gebuiken het nog vaak en denken dat het Westfries is, wat niet klopt.

    Goesting hoor ik in mijn omgeving nooit, zelfs niet bij de Vlaamse frietbakker die volgens mij gewoon een Nederlander is. Net als hesp ken ik het woord wel.

  4. Ik vind het bij golfers altijd raar klinken als ze zeggen dat ze een “handicap” hebben.
    Goesting vind ik altijd een leuk woord, denk dan altijd aan “gisting”en Belgisch bier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.